Bouwen voor de toekomst: wat duurzame architectuur betekent voor onze leefomgeving

Geschreven door

in

Duurzame architectuur gaat over het ontwerpen van gebouwen die goed zijn voor het milieu, betaalbaar zijn om te gebruiken en prettig zijn voor de mensen die erin wonen of werken. Steeds meer architecten, opdrachtgevers en gemeenten houden hier rekening mee bij nieuwe bouwprojecten. En dat is niet zonder reden. De bouwsector is wereldwijd verantwoordelijk voor een groot deel van het energieverbruik en de CO2-uitstoot. Groener bouwen is daarmee geen trend, maar een logische stap vooruit.

Wat milieuvriendelijk bouwen in de praktijk inhoudt

Een gebouw dat met het milieu rekening houdt, begint al bij de keuze van materialen. Denk aan hout uit duurzaam beheerde bossen, gerecycled beton of isolatiemateriaal gemaakt van natuurlijke grondstoffen. Deze materialen hebben een kleinere milieulast dan traditionele bouwstoffen, zowel tijdens de productie als bij de sloop van een gebouw. Naast materialen speelt energie een grote rol. Woningen en kantoren die voldoen aan de BENG-normen, wat staat voor Bijna Energie Neutraal Gebouw, verbruiken veel minder energie dan oudere panden. Ze zijn goed geïsoleerd, hebben driedubbel glas en maken gebruik van zonnepanelen of warmtepompen. Zo’n gebouw is niet alleen beter voor de aarde, maar ook goedkoper in gebruik. De stookkosten liggen aanzienlijk lager, wat merkbaar is in de maandelijkse uitgaven.

De relatie tussen groen bouwen en sociale waarde

Ecologisch verantwoord ontwerpen stopt niet bij energie en materialen. Een gebouw heeft ook invloed op de mensen die erin leven. Goede luchtkwaliteit, voldoende daglicht en een prettige temperatuur zorgen ervoor dat bewoners en medewerkers zich beter voelen. Onderzoek laat zien dat mensen in energiezuinige gebouwen minder klachten hebben over vermoeidheid en concentratieproblemen. Groen onderdak speelt daarin een opvallende rol. Een groendak, bijvoorbeeld begroeid met sedum of gras, houdt regenwater langer vast, verkoelt het gebouw in de zomer en biedt leefruimte voor insecten en vogels. Tegelijk vermindert het de druk op het riool bij zware regenbuien. Zo werkt één maatregel op meerdere vlakken tegelijk.

Wat nieuwe regelgeving vraagt van bouwers en ontwikkelaars

De Europese Unie heeft de afgelopen jaren strenge regels ingevoerd voor de bouwsector. Nieuwe gebouwen moeten steeds vaker voldoen aan eisen rondom energieprestatie en CO2-uitstoot. De herziene richtlijn voor energieprestatie van gebouwen, ook wel EPBD genoemd, verplicht lidstaten om bestaande gebouwen stap voor stap te verduurzamen. Voor projectontwikkelaars heeft dit directe gevolgen. Gebouwen die niet aan de nieuwe normen voldoen, worden moeilijker te verkopen of te verhuren. Institutionele beleggers kijken steeds vaker naar zogeheten ESG-criteria, waarbij de E staat voor milieu, de S voor sociaal en de G voor goed bestuur. Panden die hier slecht op scoren, leveren minder op en trekken minder investeerders aan. Het verduurzamen van een gebouw is daarmee ook gewoon goede financiële planning geworden.

Hoe architecten duurzaamheid integreren zonder budgetoverschrijding

Een veelgehoord misverstand is dat milieubewust bouwen altijd duurder is. Dat klopt niet zonder meer. Wanneer een architect duurzaamheid al in de vroegste ontwerpfase meeneemt, vallen de meerkosten vaak mee. Een goed georiënteerd gebouw, waarbij de ramen op het zuiden zijn gericht, gebruikt automatisch meer daglicht en warmte van de zon. Dat verlaagt de behoefte aan kunstlicht en verwarming zonder extra technische installaties. Circulaire bouw, waarbij materialen zo zijn gekozen dat ze later opnieuw gebruikt kunnen worden, helpt ook om kosten te beheersen. Bovendien stijgen de exploitatiekosten van traditionele gebouwen door de hogere energieprijzen, terwijl energiezuinige panden juist stabielere kosten hebben. Op de lange termijn levert een groener ontwerp dus gewoon meer op, zowel voor de portemonnee als voor de planeet.

Veelgestelde vragen over duurzame architectuur

Wat zijn BENG-normen en voor wie gelden ze?
BENG staat voor Bijna Energie Neutraal Gebouw. Deze normen gelden in Nederland voor alle nieuwe woningen en utiliteitsgebouwen zoals kantoren en scholen. Ze schrijven voor hoeveel energie een gebouw maximaal mag verbruiken en hoeveel ervan uit hernieuwbare bronnen moet komen. Bestaande gebouwen vallen er nu nog niet allemaal onder, maar de verwachting is dat de eisen de komende jaren verder worden aangescherpt.

Verdienen duurzame gebouwen zichzelf terug?
Ja, duurzame gebouwen verdienen zichzelf in de meeste gevallen terug. De energiekosten liggen structureel lager, de panden zijn meer waard bij verkoop en verhuur gaat sneller. Studies laten zien dat groene kantoren en woningen gemiddeld vijf tot vijftien procent hogere huurprijzen opleveren dan vergelijkbare traditionele panden. De terugverdientijd verschilt per project, maar ligt bij goed gepland duurzaam bouwen vaak tussen de vijf en vijftien jaar.

Wat is het verschil tussen duurzaam bouwen en circulair bouwen?
Duurzaam bouwen is een brede term die gaat over milieuvriendelijk, sociaal en economisch verantwoord ontwerpen en bouwen. Circulair bouwen is daar een onderdeel van. Bij circulair bouwen ligt de nadruk specifiek op het hergebruiken van materialen. Gebouwen worden zo ontworpen dat de onderdelen aan het eind van de levensduur eenvoudig te demonteren en opnieuw te gebruiken zijn, in plaats van te eindigen als afval.

Kunnen bestaande gebouwen ook duurzamer worden gemaakt?
Bestaande gebouwen kunnen absoluut verduurzaamd worden. Dat heet renoveren met het oog op energiebesparing, of wel duurzame renovatie. Voorbeelden zijn het plaatsen van extra isolatie, het vervangen van oude ramen door HR++ of driedubbel glas, het installeren van zonnepanelen of een warmtepomp, en het aanbrengen van een groendak. Zelfs kleine aanpassingen, zoals het dichten van kieren, kunnen het energieverbruik al merkbaar verlagen.